Leren van je spiegelbeeld

Publicatie in het tijdschrift QUATRO 2011

Leren van je spiegelbeeld

Zoals steeds, op zoek naar de mens achter het product, ontmoette ik in eerste instantie een paard.

Welja, daar gaan we weer. Of ik een artikel over een managementtraining wilde schrijven…

Met geveinsd enthousiasme ben ik op weg gegaan. Geveinsd, omdat ik gedurende de laatste twee decennia misschien wel 20 of 30 keer slachtoffer ben geweest van dit soort type bezigheidstherapie. Toegegeven, daar zaten nuttige cursussen bij, maar na verloop van tijd loop je, doorboord met clichés, tegen een punt van verzadiging aan.

Uitsluitend aangespoord door een ouderwets gevoel van plichtmatigheid, toog ik dus naar de manege aan de Putweg in Arensgenhout waar al meteen bleek dat mijn vooroordeel mij opnieuw had bedrogen. Toen ik de kantine van de manege betrad, hoorde ik een vrouwenstem roepen dat ze me al had gezien en dat ze er zo aan zou komen. “Koffie? Vlaai?”

Bij die dubbele vraag stak de stem het hoofd door de deuropening van het naastgelegen keukentje. “Stik! Dat is Marie-Thérèse, die ken ik!”

Een aantal weken geleden, tijdens een bijeenkomst die op het punt stond om saai te worden, ontmoette ik Marie-Thérèse Corbey en Vivian van Bergen voor het eerst. Ze hadden gehoord dat ik ook wel eens aan coaching & consultancy deed zodat zij niet schroomden om mij het hemd van het lijf te vragen. Gelukkig had ik onthouden dat zo’n vragensalvo goed te pareren valt met een welgemikte tegenvraag. En dat werkte, want de dames staken van wal. En hoe! Al snel bleek dat zij goed wisten waar ze het over hadden. Woorden als wilskracht, overtuiging, ervaring, enthousiasme en diepgang, geven in hoofdlijnen een samenvatting van mijn indrukken van dat gesprek weer. Zij hadden hun krachten, kennis en ervaring gebundeld in hun bedrijf dat zij Zest & Marengo hadden genoemd. “Marengo?” Ik had het kunnen weten. Dat was het beroemdste paard van Napoleon Bonaparte, vernoemd naar een gebied in Noord-Italië waar de kleine, grote keizer een van zijn, door expansiedrift aangespoorde, veldslagen had geleverd. En “Zest?” Dat kon ik niet weten. Maar nadat ik het had opgezocht, blijkt het precies te duiden op de woorden die ik eerder als samenvatting gebruikte.

Terug naar Arensgenhout, terug naar de manege. Na de koffie, de vlaai en de gezellige causerie die daar bij hoort, stelde Marie-Thérèse voor om mij daadwerkelijk te confronteren met een klein gedeelte van een van hun trainingsprogramma’s. Ik moet op dat moment lijkbleek zijn geworden, want Marie-Thérèse haastte zich om mij uit te leggen dat paarden vluchtdieren zijn, dat zij dit niet voor het eerst deed, dat niets moest en veel mocht. Toch duurde het even eer ik mijn natuurlijke gelaatskleur hervond. Desondanks leek het mij belangrijk om in opgezwollen bewoordingen uit te leggen dat ik niets met paarden had, dat ik nog nooit een paard had aangeraakt, dat ik nog nooit dichter dan 5 meter bij een paard was geweest en dat ik er zeker niet op zou gaan zitten… “Mooi”, zei Marie-Thérèse, “dan is er dus eigenlijk niets aan de hand.”

 

Daar ging ik dan. Mijn scepsis, mijn onzekerheid en mijn vrees voor een knol van 700 kilo, verbergend door een overdreven vorm van geacteerde dapperheid. Marie-Thérèse liep een paar stappen vooruit zodat ik haar gezicht niet kon zien. Maar ik weet nu zeker dat ze glimlachte. Ze had me natuurlijk allang door en wist dat ik mezelf nog wel zou tegenkomen.

Even later, nadat er een enorme merrie in een afgebakende ring was gezet, moest ik over de afrastering klimmen om het terrein te verkennen. Vermoedelijk moest dat om het paard er aan te laten wennen dat het niet alleen in die ring was, maar dat weet ik niet zeker. Nadat ik de aarzeling van mijn verkenningstocht had overleefd, werd mij verzocht om naar de hoek van de ring te gaan en contact te maken met het paard.

Mijn god, wat een groot beest. Je moet er toch niet aan denken dat die 700 kilo spieren een hekel aan je krijgen. Quasi nonchalant en met mijn handen diep in mijn broekzakken liep ik naar het gevaarte toe in de hoop dat het mijn nabijheid zou accepteren. “Aaien”, dacht ik, want dat had ik weleens iemand zien doen. En nadat ik met de eerste streken het angstzweet uit mijn handen op de paardenhuid had afgeveegd, viel het me op dat het paard nauwelijks reageerde. Hoe kan het ook dat zo’n dier zich, te midden van mijn twijfel, op haar gemak voelt? Omdat de merrie onbeweeglijk bleef staan, maakte de oorspronkelijke onzekerheid geleidelijk plaats voor een opkomend overwinningsgevoel waardoor ik me al veel meer op mijn gemak voelde. En het leek alsof het paard daarop meteen ontdooide. Warempel, na enige tijd was er contact. Met behoud van respect, dat wel. Dit was ook mijn trainster niet ontgaan. Daarom kreeg ik de opdracht om het paard de rug toe te keren en met een grote boog naar het midden van de ring te lopen. “Kijk!” zei Marie-Thérèse, “het paard verliest je nu geen moment meer uit het oog.” En wat schetste mijn verbazing? Toen ik midden in de ring stond, kwam het paard met bedaarde tred naar me toe alsof ik een oude bekende was.

 

Wat een gewaarwording! In die paar minuten was er een gevoel van wederzijds vertrouwen, respect en veiligheid ontstaan. Enige tijd later, na een aanvullende instructie, bleek dat ik het paard in de rondte kon laten draven, dat het mijn enthousiasme overnam, dat het mijn leiderschap accepteerde. Wauw! Ik, die niets met paarden had, die met lood in de schoenen de ring had betreden. Wát een ervaring. Maar belangrijker nog vond ik de constatering dat het paard mijn gevoel en mijn gedrag weerspiegelde, dat het mijn leiderschap pas accepteerde nadat ik mijn eigen angsten had overwonnen en nadat ik duidelijk was in mijn bedoelingen. Hierdoor raakte ik ervan overtuigd dat leiderschap, tot op zekere hoogte, te ontwikkelen is. Ik heb daarom het woord “leiderschapskwaliteiten” definitief uit mijn vocabulaire geschrapt om plaats te maken voor het woord “leiderschapseigenschappen”. Logisch ook, want in feite gaat het niet om “goed of fout”, maar om “oorzaak en gevolg”.

De kwaliteiten waar het hier over gaat, liggen duidelijk bij de mensen van Zest & Marengo zelf. Zij zijn het die hun kennis en ervaring hebben gebundeld. Zij zijn erin geslaagd om, middels het onbeïnvloedbare instinct van een gevoelig kuddedier, aan te tonen hoe en op welk vlak leiderschapseigenschappen aangevuld en doorontwikkeld kunnen worden. Sleutelwoorden hierbij blijken inderdaad “respect, vertrouwen en veiligheid” te zijn.

Maar dat is niet de enige methode van Zest & Marengo. Afhankelijk van de opdracht, bieden zij trainingen op maat aan waarbij het vizier, zonder dat dit meteen opvalt, doorlopend op de voorgenomen doelstelling is gericht. En dat kan soms heel snel gaan want, zoals ik al aangaf, was ik in eerste instantie niet gelukkig met de opdracht. Pech dus. Maar deze pech leidde mij via angst naar verbazing en via overtuiging uiteindelijk naar een buik vol geluksgevoel. En dát blijkt achteraf weer helemaal te kloppen met hun motto: “Trainingen waar ervaren, leren en genieten samen gaan”.

 

Jan Vermeer